Noodbesluit bodem en materialen

De Vlaamse Regering heeft in uitvoering van het Nooddecreet op 27 maart 2020 ook maatregelen getroffen wat betreft de Vlaamse materialen- en bodemwetgeving.

Samengevat betreffen de maatregelen:

Bodem

- De termijn waarbinnen de OVAM zich uitspreekt over de conformiteit van een bodemsaneringsproject (ander dan een beperkt bodemsaneringsproject) wordt verlengd met 30 dagen. Dit geldt voor de bodemsaneringsprojecten bij de OVAM ingediend vóór 27 maart 2020 en waarvoor ze nog geen uitspraak heeft gedaan zowel als voor de bodemsaneringsprojecten die vanaf 27 maart 2020 bij de OVAM worden ingediend.

- De termijn van dertig dagen waarbinnen de personen die aangewezen zijn op de bekendmaking via aanplakking om een administratief beroep in te dienen wordt verlengd met dertig dagen.

- De op 27 maart 2020 lopende openbare onderzoeken worden geschorst en verdergezet na 24 april 2020. Nieuwe openbare onderzoeken kunnen maar georganiseerd worden na 24 april 2020.

- De beslissingstermijn voor erkenningsaanvragen als hanterings- en verwerkingsbedrijf van dierlijke bijproducten wordt verlengd met 60 dagen. Deze verlening geldt voor ontvankelijk verklaarde aanvragen waarover op 27 maart 2020 nog geen beslissing werd genomen en voor aanvragen ingediend tussen 27 maart 2020 en 24 april 2020.

Materialen

- Risicohoudend medisch afval ('RMA') moet in principe worden opgeslagen in recipiënten die, eens gevuld, definitief worden gesloten. Gezien het dreigende tekort aan dergelijke recipiënten en gezien de initiatieven om bv. de decontaminatie van mondmaskers en andere beschermingsmiddelen te testen met het oog op het hergebruik ervan, mag hiervan tot 24 april 2020 worden afgeweken. De sluiting mag tijdelijk gebeuren met een spanring of gelijkwaardige afsluiting die vermijdt dat het het recipiënt eenvoudig kan worden geopend, zonder dat de sluiting definitief is. De recipiënten moeten tevens UN gekeurd zijn volgens de ADR-richtlijnen, moeten voorzien zijn van een Y-keur voor vaste stoffen en moeten voldoen aan alle andere voorwaarden van onderafdeling 5.2.3 van het Vlarema.

- Het identificatieformulier dat het afvaltransport (alle afvalstoffen, niet beperkt tot RMA) moet begeleiden, moet tot 24 april 2020 niet meer worden ondertekend wanneer de transporteur de afvalstoffen bij de klant in ontvangst neemt. Klanten en bestemmelingen moeten het formulier wel steeds digitaal ontvangen. De toelichting bij het noodbesluit vermeldt dat de OVAM in samenwerking met de afdeling Handhaving de digitale traceerbaarheid van de afvalstoffen nauwgezet zal opvolgen.

- Inzamelaars, handelaars en makelaars van afvalstoffen dienen bij het ophalen van bedrijfsrestafval geen visuele controle meer uit te voeren op het naleven van de sorteerplicht. Containers en andere recipiënten met restafval mogen bijgevolg worden meegenomen zonder ze te openen.

De minister kan de termijnen en einddata zoals opgenomen in het Noodbesluit wel verlengen.

Noodbesluit proceduretermijnen RvVb en HHC

De Vlaamse Regering heeft in uitvoering van het Nooddecreet op 27 maart 2020 maatregelen getroffen wat betreft de proceduretermijnen die gelden voor de Raad voor Vergunningsbetwistigen en het Handhavingscollege.

Dit besluit heeft tot gevolg dat:

- de termijnen om beroep in te stellen bij de RvVb en het HHC die lopen op 27 maart 2020 of die aanvangen in de periode vanaf 27 maart 2020 tot en met 24 april 2020 verlengd worden met 30 dagen;

- de vervaltermijnen vermeld in het DBRC-decreet en DBRC-procedurebesluit die lopen op 27 maart 2020 of die aanvangen in de periode vanaf 27 maart 2020 tot en met 24 april 2020 verlengd worden met 30 dagen, met uitzondering van de vervaltermijnen in vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid;

- bij het behandelen van vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid het voor de RvVb en de procespartijen vanaf 27 maart 2020 tot en met 24 april 2020 mogelijk wordt om een e-mail te gebruiken als betekeningswijze en een afwijkende zittingsregeling wordt voorzien;

De Minister kan de einddatum van 24 april 2020 verlengen. Deze verlenging kan de maximale duurtijd van de civiele noodsituatie (momenteel eindigend op 17 juli 2020) echter niet overschrijden.

Ook de voormelde termijnen van 30 dagen kunnen door de Minister worden verlengd. De duurtijd van deze verlenging kan de maximale duurtijd van de civiele noodsituatie (momenteel eindigend op 17 juli 2020) evenwel niet overschrijden.

Impact van Corona op uw omgevingsvergunning

De Vlaamse Regering heeft in uitvoering van het Nooddecreet op 24 maart 2020 maatregelen getroffen wat betreft de omgevingsvergunning.

Zonder hieromtrent verder in detail te treden, is het hierbij van belang het toepassingsgebied van het uitvoeringsbesluit in ogenschouw te nemen. Ook ‘lopende dossiers’ worden gevat door de maatregelen.

De maatregelen kort samengevat :

- de beslissingstermijn in de gewone procedure wordt met 60 dagen verlengd (van 105 of 120 dagen naar 165 of 180 dagen);

- de beslissingstermijn in de vereenvoudigde procedure wordt met 30 dagen verlengd (van 60 naar 90 dagen);

- de beslissingstermijn in graad van administratief beroep wordt verlengd met 60 dagen;

- de periode waarbinnen administratief beroep kan worden ingesteld (beroepstermijn) wordt met 30 dagen verlengd, van 30 naar 60 dagen;

- de lopende openbare onderzoeken worden opgeschort op 24 maart 2020 en verder gezet na 24 april 2020;

- nog niet gestarte openbare onderzoeken worden pas gestart na 24 april 2020.

De Minister kan de einddatum zoals opgenomen in het toepassingsgebied en de bovenstaande termijnen verlengen. Deze verlenging kan de maximale duurtijd van de civiele noodsituatie (momenteel eindigend op 17 juli 2020) echter niet overschrijden.

Dit neemt niet weg dat overheden niet geblokkeerd worden, indien zij kunnen optreden.

Er wordt aangeraden om waar mogelijk zo snel mogelijk stappen uit te voeren en te beslissen om zo aanvrager, beroepsindiener en burger niet te lang in het ongewisse te laten en de economische stilstand niet nog erger te maken.

Covid-19 en de Brusselse milieuwetgeving: nood-ordonnantie maar voorlopig nog een uitvoeringsmaatregelen

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft nog geen besluit uitgevaardigd over de toepassing van de termijnen van de milieuregelgeving in het licht van Covid-19. Nochtans werd de Regering daartoe gemachtigd via een Ordonnantie van 19 maart 2020. Sertius blijft de ontwikkelingen op de voet volgen.

Wil u meer weten over de maatregelen en/of over welke impact deze concreet hebben of kunnen hebben voor uw projecten, neem dan contact op via info@sertius.be of 016/31 70 80.

Klik hier voor de Waalse reglementering.

UPDATE:

De studiedag op 26 maart 2020 wordt omwille van het corona-virus geannuleerd en zal verplaatst worden naar het najaar. Een exacte datum staat nog niet vast. Hou onze website zeker in de gaten voor de nieuwe datum. De studiedag in mei zal wel doorgaan.

Word jij onze nieuwe collega?

Sertius is op zoek naar extra medewerkers, ga naar onze vacatures.

Studiedagen Sertius

Sertius organiseert in het voorjaar van 2020 drie seminaries waarin actuele topics uit het milieu- en omgevingsrecht op een kwaliteitsvolle en bevattelijke manier zullen worden gebracht.

We openen op donderdag 13 februari in Gent met een gevarieerde update milieuwetgeving om in te tweede seminarie te focussen op de draagwijdte van omgevingsvergunningsgerelateerde instrumenten van het Natuurdeceet. De derde studievoormiddag handelt over de omgevingsvergunningsaanvraag en reikt in het bijzonder aandachtspunten aan vanuit de wetgeving en de praktijk en sluit af met een aantal praktijkgerichte topics uit de rechtspraak.

Schrijf u in via dit formulier, het programma vindt u hier terug.

Het bodemattest en de opschortende voorwaarde: Hof van Cassatie brengt verduidelijking

In een arrest van 22 maart 2018 (C.17.0067.N) oordeelt het Hof van Cassatie:

“De verplichting om voor het sluiten van een overeenkomst betreffende de overdracht van gronden een bodemattest aan te vragen en aan de verwerver mee te delen en om de inhoud van het bodemattest in de onderhandse akte op te nemen, strekt er in de eerste plaats toe de verwerver te beschermen tegen het onbewust aankopen van vervuilde grond.

In het licht van deze doelstelling moet onder het begrip ‘overeenkomst betreffende de overdracht van gronden’ ook elke overeenkomst of eenzijdige rechtshandeling worden begrepen waarbij de verwerver zich reeds verbindt tot het aankopen van een grond.

(...)

Gelet op de voormelde doelstelling van artikel 101, § 1 en § 2 Bodemdecreet, namelijk het beschermen van de verwerver tegen het onbewust aankopen van vervuilde grond, kunnen de partijen niet rechtsgeldig een overeenkomst betreffende een overdracht van een grond sluiten onder de opschortende voorwaarde dat het overgedragen goed niet zal blijken te zijn aangetast door bodemverontreiniging die aanleiding geeft tot een saneringsverplichting ten laste van de eigenaar. In dergelijk geval verbindt de verwerver zich immers reeds tot de verwerving van een goed voordat hij kennis heeft kunnen nemen van de inhoud van een bodemattest waaruit blijkt dat het goed vervuild is, hetgeen de decreetgever precies heeft willen vermijden.

In het licht van de voormelde doelstelling kunnen zij daarentegen wel een overeenkomst betreffende de overdracht van grond sluiten onder de opschortende voorwaarde van het verkrijgen van een blanco bodemattest of een bodemattest waaruit blijkt dat er geen bodemverontreiniging is.

De omstandigheid dat artikel 116, § 1, Bodemdecreet bepaalt dat de verwerver de nietigheid kan vorderen van de overdracht die plaatsvond in strijd met artikel 101, staat hieraan niet in de weg. Het voorafgaand aan de overdracht opvragen en meedelen van een bodemattest en het opnemen van de inhoud ervan in de onderhandse akte zijn immers geen elementen die noodzakelijk zijn voor de totstandkoming van de overeenkomst.”

Laat een opmerking achter